Haagse e-bluf
08-10-2010 mag 1 /

article/

Haagse e-bluf

Abstract: 

Ook de politiek plukt de vruchten van de nieuwe media, althans, dat hopen ze. Het bekendste Nederlandse voorbeeld is misschien wel de twitterende Maxime Verhage. Dichterbij de burger staan is het credo voor het gebruik van social media in de politiek. Maar in hoeverre maken de politici dit democratische potentieel zelf waar? En wat voor gevolgen heeft een directere verbinding voor de binding met het electoraat?

De laatste tweet die CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen met zijn volgers deelde, is ten tijde van het schrijven van dit artikel al bijna een maand oud. In het bericht bevestigt hij de Twitterstilte die hij zichzelf gedurende de kabinetsformatie met de VVD en de PVV heeft opgelegd [1]. Een groot verschil met de vele berichten die de ‘politieke Twitterkoning’ [2]  gedurende zijn ('pre-demissionaire') ministerschap en meest recente verkiezingscampagne dagelijks spuide.

Twitter is een van de vele pogingen die de politiek de laatste jaren heeft ondernomen om het electoraat via nieuwe media bij overheidsbeleid te betrekken; of, zoals in Verhagens eigen woorden kort na de ingebruikname van zijn Twitteraccount: “Ik vind het belangrijk om [de noodzaak van een actief buitenlands beleid] aan mensen te laten zien en om ze daar bij te betrekken … dat kan ook heel goed op Twitter.” [3] De ideeën zijn divers; van complexe websites waarop alle Tweede Kamerstukken gearchiveerd zijn tot een virtueel gemeentehuis in Second Life, waar burgers tot in 2009 virtueel in de rij konden staan om hun paspoort aan te vragen [4] [5] . De populariteit van deze pogingen verschilt, maar tot nu toe lijken ze weinig direct effect te sorteren wat stabiel stemgedrag bij verkiezingen betreft.

Het idee dat nieuwe media burgerparticipatie kunnen bevorderen wordt ook in wetenschappelijke literatuur breed gedragen, maar de manier waarop de overheid dit tot nu toe geprobeerd heeft te verwezenlijken is weinig ambitieus te noemen. Al biedt internet via Twitter een toegankelijke mogelijkheid direct met bestuursleden te communiceren, het blijft voor een medium dat in theorie directe democratie zou kunnen faciliteren, een magere oogst.

Sinds de opkomst van nieuwe media is het democratisch potentieel dat eraan toegedicht wordt groot (zoals blijkt uit de in verschillende decennia populaire voorvoegsels die al aan democracy zijn toegevoegd om dit fenomeen te beschrijven; o.a. tele-, cyber- en e-) [6] . En al hebben nieuwe media de voorziening en uitwisseling van politieke informatie vergemakkelijkt en, onder andere via Twitter, het publieke debat gestimuleerd, de invloed van burgers op politieke besluitvorming is niet veranderd. Sterker nog, in vergelijking met buurlanden is ons democratische systeem, dat bijvoorbeeld geen bindend referendum of gekozen burgemeesterschap kent, relatief onderontwikkeld [7] .

Tegelijkertijd veranderen nieuwe media de manier waarop hun gebruikers met sociale cohesie, groepsvorming en identiteit omgaan [8] [9] . Al blijft het lidmaatschap van traditionele politieke partijen dalen [10] , voornamelijk jonge gebruikers maken hun affiniteit met politiek en hun maatschappelijke betrokkenheid via nieuwe media steeds vaker kenbaar. Opvallend is dat die jongere gebruikers vaker gemotiveerd zijn in discussie te gaan of politieke berichten te plaatsen en niet zozeer geneigd zijn zich direct aan partijen of politici, met bijbehorend gedachtegoed, te verbinden [11] .

Het zal als gevolg daarvan voor traditionele politieke partijen in de toekomst niet gemakkelijker worden een volgzaam electoraat aan te trekken. En dus zullen partijen het democratisch potentieel van nieuwe media ten volle moeten benutten; niet slechts om het volk een toegankelijk communicatieplatform met haar vertegenwoordigers te bieden, maar juist om burgers invloed te geven op partijstandpunten en hen zo het gevoel te geven werkelijk vertegenwoordigd te worden. Nieuwe media zullen aangewend moeten worden om actieve burgerparticipatie in al haar facetten te faciliteren; bij Maxime Verhagens Twitteraccount kan het niet blijven.

  1. http://twitter.com/maximeverhagen

  2. http://wapedia.mobi/nl/Minister_Verhagen

  3. Verloop, R. (2008). Minister Verhagen: “Voorlopig ga ik door met Twitteren” http://www.frankwatching.com/archive/2008/11/24/minister-verhagen-%E2%80%9Cvoorlopig-ga-ik-door-met-twitteren%E2%80%9D/

  4. http://www.tweedekamer.nl

  5. De Jong, P. (2007). Opening eerste stadhuis in Second Life. http://www.spotlighteffect.nl/media/internet/opening-eerste-stadhuis-in-second-life/

  6. Van Dijk, J. (1999). Digitale Democratie: Illusie en realiteit. http://www.utwente.nl/gw/vandijk/research/e_government/e_government_plaatje/digitale_democratie1.pdf

  7. Butler, D., Ranney, A. (1994). Referendums around the world: the growing use of direct democracy. http://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=GXV-HFnk_9wC&oi=fnd&pg=PR9&dq=social+media+direct+democracy&ots=JDOeds9efV&sig=lL6bkg4UhGyKpkByQNFSymVz3xE#v=onepage&q&f=false

  8. Donath, J. (1999). Identity and deception in the virtual community. http://books.google.nl/books?hl=nl&lr=&id=harO_jeoyUwC&oi=fnd&pg=PA29&dq=%22online+communities%22+%22group+identity%22&ots=JWVJbGevBO&sig=0fuZk97ec4cps024tJLn_aY_G9s#v=onepage&q&f=false

  9. Beenen, G., Ling, K., Wang, X., Chang, K., Frankowski, D., Resnick, P., Kraut, R. (2004). Using social psychology to motivate contributions to online communities. http://portal.acm.org/citation.cfm?id=1031642

  10. Montesqieu-instituut (2009). Ontwikkeling ledental politieke partijen. http://www.montesquieu-institute.eu/9353000/1/j9vvhfxcd6p0lcl/vi1rc8i7wktq

  11. Smith, A., Lehman Schlozman, K., Verba, S., Brady, H. (2009). The Internet and Civic Engagement. http://www.pewinternet.org/~/media//Files/Reports/2009/The%20Internet%20and%20Civic%20Engagement.pdf%27%27)

Haagse e-bluf