De vanzelfsprekendheid van crossmedia
23-09-2010 mag 1 /

article/

De vanzelfsprekendheid van crossmedia

Abstract: 

Iris van der Spoel deed tijdens haar stage bij VPRO's crossmediale concept MetropolisTV onderzoek naar de mogelijkheden voor meer gebruikersparticipatie. Hoewel de VPRO goed gebruik lijkt te maken van de hedendaagse diversiteit aan verschillende media blijkt MetropolisTV niet te ontkomen aan de conventies van radio- en televisieproductie.

Toen ik voor mijn stageonderzoek de ‘crossmediabijbel’ van Indira Reynaert en Daphne Dijkerman doorlas, viel het me op dat het VPRO-programma Metropolis daar werd bestempeld als een programma dat laat zien dat “het nieuwe sociale web een sterke poot is om het publiek te laten participeren in het mediaproces” (Basisboek Crossmedia Concepting 23). Ik vroeg me af of ik iets gemist had, omdat mij nu juist door de redactie van dit programma gevraagd was een onderzoek te doen naar mogelijkheden om het publiek meer te kunnen betrekken bij het maken van Metropolis via sociale media.

Misschien hadden de auteurs de vijftig correspondenten die filmpjes maken voor het programma verward met ‘gewone’ gebruikers? Metropolis wordt namelijk gemaakt door een netwerk van verslaggevers afkomstig uit verschillende delen van de wereld. Enkele reportages worden door de VPRO-redactie samengesmeed tot een thema-aflevering voor televisie, waarin een vraag wordt beantwoord als ‘hoe denkt men in de wereld over polygamie/drugsgebruik/single zijn?’ Alle gemaakte filmpjes worden op de website geplaatst. Metropolis presenteert zich daarom als een crossmediaal programma.

Het publiek heeft echter nauwelijks een rol bij de totstandkoming ervan. De correspondenten zijn immers professionele filmmakers en worden betaald door de VPRO. Dit terwijl een crossmediaal programma volgens Reynaert en Dijkerman moet inspelen op de wens van de gebruiker om eraan deel te mogen nemen. Dit gaf aanleiding om mij in mijn onderzoek te richten op de vraag of de crossmediastrategie van Metropolis wel optimaal was ingevuld. Als zo’n cruciaal aspect van een crossmediaal concept - de mogelijkheid tot publieksparticipatie - al ontbrak, wat zou er dan nog meer aan het concept bijgeschaafd kunnen worden? De belangrijkste aanbevelingen hadden te maken met meer zichtbaarheid van de correspondenten ten behoeve van storytelling, het intensiveren van de dialoog met het publiek en - het belangrijkst - de juiste content verspreiden via het juiste sociale medium. In het Basisboek Crossmedia Concepting wordt dat ‘mediumspecificiteit’ genoemd. En om content tot zijn recht te laten komen, moet er ‘mediumneutraal’ gedacht worden. Oftewel: niet uitgaan van welke media je wilt inzetten, maar bedenken welke media geschikt zijn voor je content.

Echter blijkt de crossmediatheorie in dit geval nog ver af te staan van de praktijk. Voor een programma wat gemaakt wordt onder de vlag van een publieke omroep is het niet eenvoudig om mediumneutraal te denken. De ervaring leert dat er bij een publieke omroep, zelfs bij een vooruitstrevende zoals de VPRO, in de meeste gevallen in de eerste plaats televisie of radio wordt gemaakt. Dus waar Metropolis als succesvol crossmediaal concept online vele niches zou kunnen bereiken, zijn het uiteindelijk de kijkcijfers van het Nederlandse televisieprogramma waar het project op beoordeeld wordt. Hoeveel energie moet je dan steken in het transmediaal communiceren van de verhaallijn van je concept, het onderhouden van een online fan-community en het integreren van sociale media in je programma, behalve voor promotie van de televisie-uitzending?

Hoewel de inspanning misschien niet direct beloond wordt, kun je er niet meer onderuit om in meer of mindere mate crossmediaal te denken. De verwachtingen van het (jonge) publiek houden niet langer op bij een goed televisieprogramma. Je maakt een programma interessanter door het verhaal via verschillende lagen zoals sociale netwerken en games te communiceren. Je geeft het een bepaalde mate van liveness mee als je het publiek wekelijks op zoek laat gaan naar aanvullende informatie bij een televisie-uitzending. Juist bij een publieke omroep zou het mogelijk moeten zijn om voorbij de kijk- of luistercijfers te gaan en te experimenteren met de mogelijkheden van nieuwe media. Als de publieke omroep op een hoog niveau het internet nog niet omarmt als een medium even volwaardig als radio of televisie, dan moet het vanuit de organisatie komen. Dan is het aan de redacteuren om samen met het publiek te bewijzen dat een crossmediale aanpak straks geen keuze meer is, maar een vanzelfsprekendheid.

Referenties

  • De website van Metropolis: www.metropolistv.nl
  • De “crossmediabijbel”: Reynaert, I. en D. Dijkerman. Basisboek Crossmedia Concepting. Den Haag: Boom Onderwijs, 2009.

Wie liever TV kijkt: nieuwe uitzendingen zijn te zien vanaf 18 november 2010.