22-03-2011

article/

Alsof je iets per ongeluk kan twitteren?!

Abstract: 

Twitter bestond eergister vijf jaar. Het microblog medium dat door Jack Dorsey en Noah Glass in maart 2006 voor het eerst ‘live’ ging, bestookt de wereld al vijf jaar lang met meningen, vragen, opmerkingen en grappen in maximaal 140 leestekens. Om het te vieren noemde Matthijs van Nieuwkerk het eergisteren nog maar weer eens huiverend een vorm van incontinentie. Hij kon de nieuwswaarde inmiddels wel begrijpen. Dat dan weer wel.

Twitter bestond eergister vijf jaar. Het microblog medium dat door Jack Dorsey en Noah Glass in maart 2006 voor het eerst ‘live’ ging, bestookt de wereld al vijf jaar lang met meningen, vragen, opmerkingen en grappen in maximaal 140 leestekens. Om het te vieren noemde Matthijs van Nieuwkerk het eergisteren nog maar weer eens huiverend een vorm van incontinentie. Hij kon de nieuwswaarde inmiddels wel begrijpen. Dat dan weer wel.   

Alsof je iets per ongeluk kan twitteren?! Dat je dan naar de Phonehouse moet om je telefoon te verschonen. Of naar een media-arts voor nieuwe portie medicijnen. Wat dat betreft is het juist precies het tegenovergestelde:  twitteraars zijn per definitie zindelijk. Ze gaan allemaal keurig naar de wc als ze het moment aan voelen komen dat ze moeten. Twitteren is het kiezen van je momenten om je ervaringen te laten ‘lopen’. Volledige controle over wat, wanneer en hoe.  

Je hebt natuurlijk wel twitteraars die met een luier om twitteren. Die sparen hun tweets op en gaan er aan het einde van de avond eens goed voor zitten. Dat zijn de bloggers.  Ze tonen de inhoud van hun luier op hun eigen blog en twitteren vervolgens dat de luier bezichtigd kan worden voor allen die daartoe bereid  zijn. Persoonlijk vind ik de geluierde, dus semi-zindelijke, twitteraar interessanter. Ik weet niet waarom. Puur intuïtie. Misschien komt het omdat ze onvoorspelbaar zijn. Zo wacht ik nog steeds  op degene die aan het einde van de dag 140 tweets van elk precies 140 leestekens de wcpot in laat ‘lopen’. Zo dat lucht op.

Net zoiets als dat ik wacht op degene die gewoon op straat gaat twitteren. Met stoepkrijt ofzo. Ja, dat is het, ik wacht op een twitterende Banksy. Iemand zonder mobiel maar met krijtje. Iemand die nooit geleerd heeft wat twitter is maar een natuurlijk geëvolueerde aandrang heeft om alles in 140 leestekens op muren te kalken. De graffitispuiter van de toekomst?

De populaire VARA presentator zei dus eergisteren ook dat hij misschien maar eens moest ophouden met het refereren naar de incontinente twitteraar. Er zou weldegelijk nieuwswaarde zijn.  En daar huiver ik dan weer van. Want de gedachte aan een twitterende @matthijsvannieuwkerk doemt dan op. Bezweet en rillerig zie ik hem persen. Tien prachtige volzinnen terug brengen naar 140 leestekens, en dan nog je vraag stellen! Aan de andere kant: misschien wordt hij er wel een betere interviewer van dan dat hij nu al is.
 

Comments

Twitteraar = wildplasser?

Twitter zou als medium -met de leeftijd van 5 jaar- inmiddels zindelijk moeten zijn. Van Nieuwkerk refereert met zijn beschrijving inderdaad naar de staat van haar gebruikers. Dit past in een algemene notie dat het gebruik van nieuwe media-technologieën onze ontwikkelingsprocessen wijzigen -op neurologisch niveau, omtrent mentale processen- en onze manier van denken (her)structureren (Carr). Het non-stop commentaar van Twitteraars zou kunnen leiden tot opinie-inflatie, een toenemende behoefte om op /alles/ (onoverwogen) te reageren, waarmee ons gedrag 'infantieler' wordt (Randall), en ons emotioneel bewustzijn wellicht afzwakt (Turkle). Niemand post 'per ongeluk' zijn tweets. Echter, als we vanuit bovenstaande gedachten afleiden dat er minder bewustzijn is van het feit /dat/ we die toegenomen behoefte hebben, wordt de overeenkomst met Van Nieuwkerk's beschrijving duidelijk ('indien er geen gevoel bestaat dat de drang waarneemt tot urineren').

Twitter's laissez-faire-karakter (systematische basisregels, maar zonder nadrukkelijk geformuleerd doel) levert uiteenlopende toepassingen, gebruikers en initiatieven op (van lokale kroeg tot Rijksvoorlichtingsdienst, van persoonlijke uitlaatklep tot commercieel hulpmiddel). Dit maakt het moeilijk om Twitter te definieren op basis van de inhoud. Daarnaast zijn tweets wellicht meer diffuus dan nieuws/blog/youtube-comments, die zich vooral centreren rondom een specifiek, concreet object (gesprekslijnen wijken daar ook vaak sterk af, maar clusteren zich alsnog rondom de desbetreffende video of nieuwspagina). Dit in tegenstelling tot tweets, waar 'iedereen individueel op alles reageert', en dit later pas aan elkaar wordt geplakt met trending topics en tijdlijnen. Dit valt uiteraard te betwijfelen (mogelijk zijn algemene gebeurtenissen nu de concrete objecten, en geeft Twitter's sharing/replies/retweets daar enige vorm van voorafgaande bundeling aan), maar kan verklaren dat tweets veelal als zeer losstaand/egocentrisch en zodoende inhoudsloos (zonder 'kracht') worden ervaren. Die diversiteit -en de vraag of we daadwerkelijk ergens aan bijdragen- legt de nadruk op de handeling zelf (als gedrag, Twitter als het posten op zich, en de waarde die daar aan wordt toegekend). Het (ontbreken van) bewustzijn van die handeling wordt daarom volgens mij zo vaak gebruikt als kenmerkend aspect van 'wat het is'.

Om in eenzelfde terminologie te blijven, zie ik Twitter meer als 'wildplassen'. Een verhoogde behoefte tot individuele uitingen in een publiek domein, die mogelijk als 'ongepast' worden gezien. De handeling zelf wordt bewust gedaan; op het gedrag wordt mogelijk minder bewust gereflecteerd.

Tot slot; dat ook De Wereld Draait Door uitstekend in minder woorden kan worden overgebracht, werd reeds bewezen door Henry van Loon. En mocht Van Nieuwkerk's beschrijving alsnog juist zijn, is het wellicht maar goed dat het uitrollen van draadloos internet in de NS-treinen nog op zich laat wachten, aangezien er ook geen toiletten aan de bestaande treinen worden toegevoegd.